Volker Hastler, hoofd van de ZINQ Manufaktur, in gesprek met Diether Hils, algemeen directeur van de federale vereniging
Metaal (BVM).

Mijnheer Hils, veel metaalbouwbedrijven werken dagelijks alleen: op kantoor, op de
Bouwplaats, in de werkplaats. Waarom heeft zo'n bedrijf een verband nodig?

Omdat geen enkel bedrijf alle uitdagingen alleen kan aanpakken en dat ook niet hoeft te doen. Denk maar aan nog steeds actuele thema's zoals het tekort aan vakkrachten, stijgende energie- en materiaalkosten en toenemende eisen op het gebied van duurzaamheid en digitalisering. Dat kan een afzonderlijk bedrijf al snel te veel worden. Precies hier komt de brancheorganisatie
in het spel. Binnen onze gilden en landelijke verenigingen wisselen bedrijven gedachten uit met collega's, ontwikkelen ze gezamenlijk oplossingen en profiteren ze van de gebundelde kennis van vele experts. Tegelijkertijd is de BVM ook een brug naar partners uit het bedrijfsleven, de politiek en de wetenschap. Wie van een dergelijk netwerk gebruikmaakt, heeft ongetwijfeld voordelen.

Klimabescherming, circulaire economie, nieuwe materialen: klinkt dat voor een
Zou je een klein ambachtsbedrijf niet eerder als extra werk dan als een kans beschouwen?

Ik begrijp het heel goed als velen de transformatie op het eerste gezicht als een extra belasting ervaren. Maar juist daarom vind ik het belangrijk duidelijk te maken dat je deze ook als een kans kunt opvatten. Wie vroeg begrijpt wat duurzame productie, nieuwe materialen of innovatieve procedures voor zijn dagelijks leven betekenen, stelt daarmee concurrentievoordelen veilig. Metaal kan inderdaad een duurzame grondstoffenbuffer worden als we producten zo ontwerpen dat ze aan het einde van hun levensduur niet worden weggegooid, maar als metaal weer in de kringloop worden teruggebracht. Dat is geen toekomstdroom, dat is vandaag de dag al mogelijk. Metaal is een materiaal dat bij geschikte sortering en verwerking steeds weer in de kringloop kan worden teruggebracht – en daarmee juist in het metaalambacht een sterk argument voor duurzaamheid is.

Leerplaatsen blijven onbezet. Wat kan een bedrijf samen
samen met anderen bereiken wat hij in zijn eentje niet kan?

Het werven van nieuw talent werkt tegenwoordig het beste als alle betrokkenen aan één touw trekken: bedrijven, gilden, verenigingen, scholen en partners uit het bedrijfsleven. „Let’s play Metall“ is de wervingscampagne waarmee gezamenlijk wordt gewerkt aan gerichte beroepsoriëntatie op de beroepen in de metaalbewerking. Ambassadeurs voor beroepsoriëntatie organiseren in heel Duitsland activiteiten om scholieren, ouders en docenten te enthousiasmeren voor de aantrekkelijkheid van de metaalberoepen. Daarbij worden ook de carrièremogelijkheden in de sector belicht. Moderne opleidingsaanbiedingen, het werken met metalen die een rol spelen bij klimaatbescherming en innovatieve technologieën: dat zijn boodschappen die op grotere schaal moeten worden uitgedragen. Partnerschappen kunnen daarbij zeer goed helpen. Een enkel bedrijf heeft niet het bereik dat een netwerk heeft.

Wat heeft een metaalbouwbedrijf in de praktijk aan het feit dat zijn brancheorganisatie met
heeft samengewerkt met een oppervlaktespecialist zoals ZINQ?

Corrosiebescherming is een belangrijk onderwerp voor metaalbouwbedrijven, zowel technisch en economisch als vanuit het perspectief van duurzaamheid. ZINQ brengt zijn expertise op het gebied van oppervlaktebehandeling in en stimuleert thema's als circulair denken en circulair productontwerp. Een metaalbouwer die begrijpt welke verzinkingsmethoden geschikt zijn voor welke eisen, welke mogelijkheden er zijn voor voor- en nabewerking – bijvoorbeeld met de add-on-producten van ZINQ – en hoe hij dit kan verantwoorden naar zijn klant toe, heeft een voordeel. Dat is precies ook het voordeel van dergelijke partnerschappen.

Mijnheer Hils, u bent sinds april 2025 algemeen directeur van de BVM. U
kennen het metaalambacht al decennia lang vanuit het beroepsonderwijs.
Wat wilt u en wat zult u de komende tijd aanpakken?

In de afgelopen bijna twee decennia heb ik mij, zoals reeds eerder geschetst, met name ingezet voor de beroepsopleiding en de werving van jonge aanwas. Het onderwerp blijft voor mij onverminderd belangrijk. Zonder goed opgeleide vakmensen geen metaalambacht! Nadat we de examenreglementen voor het meesterproef hebben herzien, is nu de herziening van de beroepsopleidingen in het metaalambacht aan de beurt. Een andere belangrijke uitdaging is het heroriënteren van de federale vereniging, rekening houdend met de lokale gilden, landsverenigingen en onze samenwerkingspartners. Digitale formaten en de eigentijdse betrekking van jonge leden staan daarbij centraal in onze pers- en public relations. Op het gebied van techniek is de uitdaging dat wij in
kader van de Duitse en Europese normeringsprocedures ons inzetten voor een normering die is afgestemd op het midden- en kleinbedrijf. Tegelijkertijd wil ik de samenwerking met partnerbedrijven verder ontwikkelen. Kennis en innovaties moeten nog sneller en directer bij de bedrijven terechtkomen. En ik wil centrale politieke thema's en eisen via onze leden in heel Duitsland in de regio's aankaarten en zo de standpunten van de metaalambachten in de openbaarheid aanscherpen, zodat onze sector de politieke aandacht krijgt die zij verdient.

Hoe belangrijk worden partnerschappen voor het metaalambacht in de
komende jaren zijn?

Vermoedelijk nog belangrijker dan vandaag. De uitdagingen zoals digitalisering, duurzaamheid, vakkrachten en economische kaderomstandigheden zijn te complex voor solisten. Succesvol zullen de bedrijven zijn die openstaan voor samenwerking en netwerken actief benutten. Dat geldt voor individuele bedrijven net zo goed als voor organisaties zoals de Bundesverband Metall. Wie competenties bundelt en samen aan oplossingen werkt, is niet alleen vandaag de dag goed gepositioneerd, maar heeft ook morgen een sterke positie.